Viering 8/10/14

Na een lange zomervakantie was daar weer de eerste viering van het jaar. Ik had die vakantie weinig stille tijd gehouden, weinig gebeden, weinig geleefd met God. De zomervakantie was nu voorbij en ik voelde me erg ontevreden. Als ik een hele zomervakantie lang praktisch zonder God kan leven, waarom geloof ik dan dat hij bestaat? Heel leuk dat ik geloof dat er een God is die mijn Vader is, maar echt nodig heb ik hem niet, zo leek het. 

Maar God bestaat nu eenmaal. Wat moet ik er dan mee? In ieder geval niet niets! En dat was precies wat de spreker me vertelde. “Doe iets! Ander vergeet je dat je gelooft!” Uiteindelijk is het een kwestie van ervoor gaan of niet ervoor gaan. God heeft niets aan een lauw geloof, maar ik zelf heb ook niets aan een lauw geloof (Openbaring 3:16). “Span u daarom in met al uw krachten” (2 Petrus 1:10). Wat moet ik dan doen? Dat kan nog heel abstract zijn. Het lijkt me goed om te streven naar het concretiseren van die vraag, met in je achterhoofd de laatste woorden van de spreker: “Is datgene waar jij voor leeft en moeite voor doet, het waard dat Jezus ervoor stierf?”